Na elke werkdag ben ik helemaal kapot!

Na elke werkdag ben ik helemaal kapot!

Tijdens een yoga-coaching met een leerkracht komt er een interessant vraagstuk langs. Deze leerkracht (33) heeft al wat jaren lesgegeven, op verschillende scholen. Toch raakt zij, volgens eigen zeggen, steeds in de problemen. Zij heeft moeite met het systeem, dat is een terugkerend probleem. Dat kost veel energie. Maar het ergst vindt ze dat ze na elke werkdag helemaal op is en er niets meer uit haar handen komt. 's Avonds wil ze niets meer doen, geen mensen ontmoeten, eigenlijk wil ze dan alleen nog maar met haar vriend samen thuis zijn. Ze geeft aan dat zij dan gewoon geen energie meer over heeft om nog iets te ondernemen. Haar vriend vindt het jammer, ook dat is een reden om hier eens mee aan de slag te gaan. Op dit moment betekent het voor haar dat ze zonder werk zit en op zoek is naar een school die bij haar past.

Al bezig komt naar boven dat deze leerkracht steeds aan het werk is op scholen voor kinderen die bijzondere aandacht nodig hebben. Ze geeft aan dat zij dat kan, omgaan met deze kinderen, en dat ze daarom ook steeds zoekt naar werk dat hierbij past. Na een tijdje komt bovendrijven dat de omgang en aanpak van deze kinderen vooral discussies oplevert met de schoolleiding of collega's. Het is niet zozeer het systeem, maar de persoonlijke benadering van de kinderen en verschillende inzichten. Interessante verschuiving, tot nu toe heb ik alleen maar vragen gesteld, deze conclusie komt van haar zelf.

Ik stel voor dat we een emmertje als metafoor nemen. Dit emmertje wordt elke nacht gevuld met energie, voor de komende dag. Als je je voorstelt dat je dagelijks een bepaalde portie energie tot je beschikking hebt, kun je je ook voorstellen dat je ervoor moet zorgen dat er nog wat in zit als je uit je werk komt, zodat je 's avonds ook nog een beetje energie over hebt.

Het spreekwoordelijke kwartje valt al snel. Ervoor zorgen dat niet alle energie opgebruikt wordt tijdens het werk, kan op verschillende manieren, er zijn verschillende aanpassingen denkbaar. Zoals kortere werkdagen of minder 'zware' kinderen.

'Maar ik wil eigenlijk doen wat ik kan, ik vind het een uitdaging om te zien wat ik kan!?' geeft ze aan. Hoe kom ik daar dan achter?

En vervolgens: 'Nou, eigenlijk ben ik er min of meer al achter dat ik steeds mijn grens bereik of overschrijd. Het emmertje is leeg voordat de hele dag om is. Hmmm, dat wil ik veranderen. Zal ik dan toch werk zoeken in het reguliere onderwijs?'

Dat antwoord mag ze zelf invullen, ze weet het diep van binnen al. Ik vraag haar nog of ze meer plezier zal beleven aan haar werk, als het ook nog wat energie overlaat? En of ze verwacht dat het voor de kinderen in haar klas prettig is als hun juf meer capaciteiten heeft dan noodzakelijk?

We doen nog een meditatie, in stilte.

Als we afscheid nemen, zegt ze: 'Ik weet het. Het antwoord is er. De oplossing is heel simpel. Dankjewel, hier kan ik verder mee.'

Wat een mooie middag.



Over de schrijver
Reactie plaatsen